Collecties uitgelicht

Natuurhistorische Voorwerpen, Fossiele Botten landzoogdieren

Vissers in de ‘Zeeuwsche Stroomen’ vonden in vorige eeuwen regelmatig geheimzinnige bijvangsten in hun netten: de zogenoemde zwarte botten. Die gaven aanleiding tot allerlei speculaties. Het zouden botten van onderaardse monsters zijn, of resten van dieren van vóór de zondvloed. Of ze waren het bewijs van het bestaan van reuzen. Toen in juni 1874 dr. J.C. de Man een aantal beenderen  kocht van vissers uit Arnemuiden, werd hiermee een belangrijke stap gezet voor de wetenschap. Zijn grote interesse voor alles wat met de anatomie te maken heeft, maakt hem tot één van de eerste paleontologen in Nederland. De Man is op velerlei gebied van grote betekenis voor het genootschap geweest. Met de aankoop, van onder meer een reuzendijbeen, het fossiele bot van een mammoet, werd een begin gemaakt met de omvangrijke en wetenschappelijk belangwekkende verzameling fossiele botten.

In 1830 verlegden de Zeeuwse vissers hun visgronden, en stapten ze over op een nieuw type boot. Daarna, eind vorige eeuw, nam de Werkgroep Paleontologie, de huidige Werkgroep Geologie, het initiatief om regelmatig op de Zeeuwse stromen te vissen naar fossiele zoogdieren. De inmiddels traditionele jaarlijkse bottenvistocht op de Westerschelde is voor paleontologen in Nederland en België steeds weer een spannende dag. Er wordt gevist in de Put van Terneuzen. Een deel van de vondsten gaat naar Naturalis.

Castor fiber, onderkaak van een bever
Coelodontia antiquitatis, schedel van een wolharige neushoorn

Uit het vroeg pleistoceen, het tiglien, bevinden zich in de collectie botten van een mastodont, de zuidelijke mammoet, en het grote, Tegelse hert. Het merendeel van de botten komt echter uit het laat-pleistoceen, het weichselien, de laatste van de duidelijk koudere periodes, de glacialen, die bekend staat als de laatste ijstijd.

Bison priscus, schedel van een steppenwisent
Anancus arvernensis, onderkaakskies van een mastodont

In deze collectie zijn 19 diersoorten vertegenwoordigd. Van de wolharige mammoet zijn 400 botten in de verzameling en van de wolharige neushoorn 220. Verder zijn er botten van drie soorten runderen, plus botten van een paard, bever, beer, wolf, hyena en van een zeer zeldzame bosolifant. In totaal gaat het om 900 botten, die hoofdzakelijk gevonden zijn in de Zeeuwse wateren en voor de Zeeuwse kust. 

Pleistoceen  10,000 jaar tot 1,8 miljoen jaar geleden

Delen van de collectie worden regelmatig gebruikt voor educatieve projecten.

De verzameling wordt bewaard in het Zeeuws Museum.

 

 

 
printvriendelijke pagina